Aan de slag

 

Je bent nu hier: HBO SXiLLs - Thema's - Communiceren - Aan de slag

Aan de slag

Communiceren een middel of doel op zich?

Tijdens je studie en zakelijk gezien, zijn dit de meest voorkomende situaties waarin je met een specifiek doel communiceert:

  • Tweegesprekken: begeleiden, functioneren, solliciteren, interviewen, onderhandelen
  • Groepsgesprekken: (project)vergadering, brainstorm, onderhandeling
  • Presentaties in de breedste zin van het woord
  • Schriftelijk: e-mails, rapportages, handleidingen, notulen, websites

Onderstaande is wat mensen gemiddeld hebben onthouden, direct na een mondelinge sessie van 3 uur of korter:

In het midden zit een behoorlijke dip! En datgene wat extra opvalt of logisch bij elkaar hoort, herinnert men zich het beste. Zo te zien kun je dus maar het beste veel indruk maken, wil men je verhaal mee naar huis nemen! Een andere mogelijkheid is natuurlijk om ook op schrift te stellen wat besproken is.

Doelen bepalen
Een radio-spot. Het presenteren aan een opdrachtgever van je ontwerp. Toekomstige gebruikers en experts interviewen wat de specificaties van een product moeten worden. Communicatie kent verschillende doelen. Weten wat je boodschap is en welk doel je wilt bereiken is een belangrijke eerste stap. Tijdens een interview stel je veel vragen, luister je naar de geïnterviewde en haak je op zijn verhaal in om de informatie los te krijgen die je nodig hebt.

Voordat je een gesprek ingaat, een brief schrijft of een presentatie maakt moet je voor jezelf helder krijgen wie de doelgroep is en wat het doel is. Wat wil je ermee bereiken? Moet mensen inlichten, informatie verkrijgen of verdedigen? En hoe krijg je dat dan helder? 

Stappen
Wanneer je spreekt, doorloop je in je hoofd - meestal onbewust, automatisch en dus razendsnel - de volgende stappen:

  1. Doel bepalen
  2. Doelgroep: tegen een vriend druk je jezelf wellicht anders (u/jij) uit dan tegenover een opdrachtgever
  3. Informatie verzamelen: welke woorden brengen je bericht tot uitdrukking
  4. Informatie ordenen: duidelijke zinnen maken
  5. Structuur of opbouw bepalen: volgorde van zinnen bepalen
  6. Schrijven of spreken (en gebaren)
  7. Jezelf corrigeren of verhelderen

Je snapt het al: deze stappen bewust doorlopen is in alle communicatiesituaties een goede gewoonte!