Prikkel Peter

 

Prikkel Peter

Teamlid Peter functioneert niet goed. Vanaf de projectstart tot op heden zijn er met regelmaat signalen dat “het niet gaat”. Als projectleider overweeg je een docent als bemiddelaar erbij te halen. Toch besluit je het nog 1 keer te proberen. Het voortraject met Peter zag er ongeveer zo uit:

  • Andere teamleden klagen geregeld over de lakse houding van Peter.
  • De taken die Peter krijgt toebedeeld worden niet of nauwelijks uitgevoerd. Hierdoor loopt het project vertraging op.
  • Peter belooft steeds beterschap, maar verandert zijn gedrag niet.
  • Peter is merkbaar bewust van het feit dat andere teamleden over hem klagen. Hij komt steeds meer geïsoleerd te zitten en zowel teamleden als Peter zelf lijken geen moeite te willen doen om deze situatie te verbeteren.
  • Bij opmerkingen van teamleden over Peter z’n functioneren lijkt Peter niet voor rede vatbaar. Hij gaat er steeds tegenin en heeft overal een “ja maar” op.

De projectleider (PL) heeft een gesprek met Peter (P) over zijn functioneren.

PL Peter, ik wil het met je hebben over hoe het nu gaat in het project.
P (Laconiek) Oh, ja. Goed.
PL Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: ik vind dat het zo echt niet gaat.
P (Meteen in verdediging) Oh? En hoe komt dat dan denk je? Ligt dat alleen aan mij?
PL Dat weet ik niet. Maar ik ben projectleider van dit team en ik constateer dat het niet loopt. Ik wil daar zo snel mogelijk verbetering in zien, want anders wordt dit project geen succes. We zijn allemaal verantwoordelijk voor het resultaat en moeten als team blijven functioneren.
P Ja maar waar is dan de rest van het team? We zijn toch allemaal verantwoordelijk?

1. Wat zou jij als PL in dit geval zeggen tegen Peter?

A. Ja, je hebt gelijk. Zij zouden er eigenlijk ook bij moeten zitten, sorry.
B. Ik ben de projectleider en ik praat nu hier met jou. Met de rest heb ik nu even niks te maken.
C. We zijn een team en ik constateer dat het niet lekker loopt. Ik krijg verschillende signalen dat teamleden het lastig vinden met jou te werken.

Luister nu naar het vervolg van het gesprek tussen Peter en de projectleider.


2. Wat kun je het beste zeggen tegen Peter om hem te motiveren?
Klik hieronder op A, B of C. Je krijgt dan antwoord van Peter!

A. Ja HALLO!!! Kom op Peter, is dat nou alles?

B. Nou, dat lijkt me niet zo'n groot probleem. Wij kunnen je daar allemaal bij helpen.

C. Nou ja, weet je wat? Zoek het zelf maar uit.


Luister nu naar het laatste deel van het gesprek tussen Peter en de projectleider.

De projectleider heeft Peter in ieder geval zo ver gekregen om te gaan bellen. Of hij dat echt gaat doen is maar de vraag. De oorsprong van Peter zijn motivatieblokkade is niet duidelijk. De projectleider zou Peter nog kunnen adviseren om eens een SWOT te doen of een gesprek met studieloopbaanbegeleider/decaan aan te gaan.